vrijdag 11 november 2011

Boavista

Na twee dagen voor anker in de Baia da Mordaira te hebben gelegen (tijdens het snorkelen veel soorten visjes gezien) doorgevaren naar het zuidelijker gelegen eiland Boavista. Het was een relatief klein (35 NM) maar lekker snel tochtje en in de middag kwam ik al aan.  Ik heb aan de zuid-oostelijke kant van het eiland Ilheu de Sal-Rei geankerd. Veel bekenden weer getroffen. Er was de afgelopen nacht een behoorlijke deining binnen komen rollen. Dat is dus onplezieriger slapen. De dag na aankomst naar de Polica Maritime. Het nadeel van deze ankerplek is dat je met je bijbootje een behoorlijk stuk moet motoren om bij de kant te komen. Met veel moeite een geschikt plekje gevonden om aan land te gaan. De meeste plekken zijn nu vanwege de deining te gevaarlijk geworden. Een sportvisboot was waarschijnlijk vanwege de hoge deining van zijn anker losgeslagen of was een meerlijn gebroken en op de rotsen beland. Met vele handen wordt geprobeerd de boor te redden/stabiliseren. (Het is overigens gelukt om dit schip los te krijgen en te bergen). 
Sal-Rei oogt minder armoedig dan Palmeira op Sal. Maar daarentegen vond ik de vriendelijkheid in Palmeira nog beter. Zal er een relatie hiertussen bestaan? Na inkopen te hebben gedaan en vele malen bedankt voor kettingen, schilderijtjes en houtsnijwerk het plaatsjes doorgelopen. Het eiland zelf lijkt me niet interessant. Het meest interessante zijn de zandduinen en laat dat net iets zijn wat ik thuis kan bekijken.

Schoolspel op het plein in Boavista
Bij de Policia Martime me ingeklaard en meteen uitgeklaard. In wil niet hebben dat ze mijn bootpapieren tijdens mijn verblijf vasthouden. Ik ken wel het fenomeen dat een jachthaven jouw bootpapieren vasthoudt totdat je betaald hebt. Klinkt logisch. Waarschijnlijk moeten de grote zeeschepen die aan de kade afmeren ook zoiets als havengeld betalen. Het in te vullen formulier is dan ook gewoon voor dat soort schepen. 'Hoeveel verdampers heeft u aan boord en welke'. Motorvermogen? Ja dan kom ik aan met m'n 23 paardenkrachten. De deining op de ankerplek is niet leuk meer. Met name bij hoogwater. Eenmalig zelfs een zwaar brekende zee door het ankergebied zien trekken. Gelukkig lag er geen jacht op haar pad. Het plan is daarom om op 11 november in de middag naar de zuidkust van Sao Nicolau te vertrekken. Daar hoort geen deining te staan.  Op de ankerplek lag ook een prachtig Amerikaans oud motorschip.

zondag 6 november 2011

Sal

Na de bijboot te hebben opgeblazen richting kade. De kademuur is ook de plaats waar de gevangen vis aan land wordt gebracht. Het halve dorp Palmeira is uitgelopen en er is een enorme drukte bij het aan land brengen van de vis. Net zoals in Nederland hebben de vrouwen hier de broek aan (;-)). Met luide stem en met vele gebaren maken ze duidelijk wat ze willen én wat ze niet willen.

Het vissersdorpje Palmeira is klein en niet toeristisch ondanks enkele souvenirswinkeltjes en straatverkopers. Na me te hebben gemeld bij de Delegacao Maritima en de Policia de Frontaira en onder afdracht van 5 euro ben ik terug naar mijn bootje gegaan om de gele vlag door de Kaapverdische vlag te vervangen.
Met vier boten (2 Engelse (Spruce en Mary Ann II, 1 Noorse (Frida) en ik (Sya)) afgesproken om een georganiseerde tour over het eiland te maken. Achter in de laadbak van een pickup rij je over de zandvlakten maar ook ga je met met zo'n 100 km per uur over de grote weg. 
Zelfs op zo'n klein eilandje (216 km2) zijn er verschillen. In het zuiden bij Santa Maria zijn de ressorts en lopen de roodverbrande toeristen en rondom het stadje Espargos zie je de krotten opgetrokken uit golfplaten. 
Veel woningen in de plaatsjes zijn permanent in een bouwfase. Zodra de eigenaar wat geld heeft koopt hij een paar stenen en metselt zelf weer een paar rijen erop.  
Er is geen waterleidingnet. Al het water in Palmeira wordt vanaf een ontziltingsinstallatie aangevoerd en centraal gedistribueerd. Zelf wilde ik ook wat water aanvullen dus stond deze West-Europeaan met twee kleine jerrycans in de rij. Ook hier: de vrouwen regelen het. Ondanks dat je de taal Kriolo niet verstaat heb je goed door wat je moet doen. Binnen in het gebouw kan je je jerrycans vullen en na betaling van een paar escudos (vergelijkbaar met eurocenten) ging ik met de jerrycans in de bijboot weer terug naar Sya.
Toen ik dit blog wilde bijwerken was er geen elektriciteit in Palmeira dus ook geen internet. Dan maar naar Espargos en Santa Maria. Dan kan ik daar ook de sfeer proeven. Er rijden hier taxi's en locale busjes. Deze busjes zijn van die Toyota vans waarin 15 personen gepropt worden. Je hebt de chauffeur en een 'ronselaar'. Hangend uit het raam roept hij iedereen aan. Nadat ik was ingestapt verwachtte ik dat we onderweg zouden gaan. Nee hoor, al toeterend en vele blokjes rijdend worden overal mensen opgepikt. Zodra het busje vol is gaat het onderweg. En vol betekent inclusief jerrycans en manden vol fruit. Nog net geen kippen erbij. In Espargos en Santa Maria was ook geen elektra en internet. Begrepen dat de elektra-uitval vaker voorkomt en dan nog meestal op een zaterdag. Espargos is op zichzelf niet bijzonder maar als je er alleen rondloopt krijg je goede indrukken.
Bij enkele kleine supermarkten wat levensmiddelen kunnen kopen en bij de bakker brood. In een klein gebouw zat een oude man naast een vuil bed. Op mijn vraag: 'Do you have bread, pain?' om meteen bij meertaligheid te bewijzen wees hij naar een doek. En ja onder de doek lag wat brood. Twee broden uitgekozen. Aan boord kreeg ik het gevoel dat het verse brood al was uitverkocht en dat dit een restantje van gisteren of eerder was. Zo smaakte het ook.
Ondanks het zeer grote verschil met bijvoorbeeld de Canarische eilanden was het voor me geen cultuurshock. Je bent welkom en de mensen zijn erg vriendelijk. Door zelf je eigen gedrag aan te passen en geen west-Europese verwachtingen te hebben valt het goed. Nee, dat rustigere tempo is wel lekker! En als afsluiting een foto van mijn vriendin. Een echte big mama.
Ok,  dan nu de echte afsluiting. In de haven nabij de grote kade ligt een vissersschip. Er is geen enkele motivatie op het te bergen. Ze gebruiken gewoon de kade iets verderop.


Ik denk dat ik nog een paar dagen naar een ankerplek in Baia da Mordeira ga om daar wat te zwemmen en te snorkelen en van daaruit 's nachts (de afstand is te groot om het bij daglicht te varen; daarom keuze om 's ochtends bij daglicht aan te komen) naar het eiland Sao Nicolau te varen.

naar Sal (Kaapverdische eilanden)

Dag 1 (donderdag 27 oktober 2011)
De avond voor mijn vertrek vertrokken vanaf La Gomera mijn Noorse, creatieve buren. In het donker om tien uur 's avond gingen ze al luid muziekmakend met hun 45 jaar oude stalen bootje richting Senegal. Vele schepen toeterden hun uit.
Mijn vertrek was rustiger. Om half negen 's ochtends eerst naar het bunkerstation om af te tanken en dan weg voor de 7-daagse tocht naar Palmeira, eiland Sal, Kaapverdische eilanden. De koers is 208 graden en de afstand is 752NM. De wind was zwak uit het noordwesten. Tussen La Gomera en Tenerife weer een groep grienden (Pilot whales) gezien. Op het eind van de ochtend kwam de goede wind: noordoost. Wel was er nog een stevige deining van zo'n 2-3 meter uit het noordwesten die naar verwachting de komende dagen nog zou blijven staan. Waarschijnlijk is deze deining van een orkaan vele honderden mijlen verderop afkomstig. Inmiddels heb ik mijn klokken verzet naar UTC waardoor het dan ook al om 7 uur 's avonds donker is. Daarom het avondeten (rijst met ballen en doperwten) vervroegd naar 6 uur. Na alles voor de nacht te hebben klaargemaakt (1e rif in het grootzeil, radar en AIS aan en alles opgeruimd (ja hoor, nautische 5S)) ga ik slapen met de kookwekker op anderhalf uur.


Dag 2
Ik heb niet zo goed geslapen. Ik moet er weer inkomen maar ook elk uur is er nog steeds de melding over El Hierro via de marifoon. De boot schommelt goed. De gehele dag is de wind wisselvallig tussen 3 en 5/6 Bft. Windkracht 3 is net te weinig om bij de dwarsinkomende deining de zeilen goed vol te houden. Dus spinnakerboom in de genua en er weer uithalen; 2e fok gehesen en weer gestreken om de ideale vorm van zeilvoering te vinden. Uiteindelijk was de beste keus: alleen het grootzeil. Gelukkig nam de wind in de avond toe zodat ik toch een puntje genua erbij kon zetten.
Met het Nederlands zeiljacht Schorpioen een radionetje opgezet. Elke dag om 13:00 op 8101 kHz babbelen we even bij.
's Nachts is het pikkedonker; slechts een dun streepje maan is zichtbaar. Dat maakt het varen altijd bijzonder. Je ziet niets maar je hoort de golven en je voelt de bewegingen van de boot. Het loopt lekker! Gelukkig ben ik deze nacht buiten het bereik van de marifoonberichten van de Canarische eilanden.


Dag 3
Goed geslapen maar wel af en toe (te vaak) wakker gemaakt door mijn radaralarm. Het zijn reflecties van brekende golven die het oppikt. Om 5 uur was ik klaarwakker. Ik ben uitgeslapen. Aan stuurboord om een afstand van zo'n mijl of vier zie ik een rood bakboordlicht. Ineens komt er snel een klein, wit knipperend lampje langsdrijven. Je breekt je hoofd erover wat dat zou kunnen zijn. De meest logische verklaring is dat het een boeitje was aan het einde was van een lijn van een visser. Dit is namelijk een gebied waar ook veel tonijn zit. Een uur later zie ik dan ook daadwerkelijk een klein vissersschip.
De wind is matig kracht 4/5 en het is grijs. Dat is geen weer voor dit gebied. Deze ochtend nog via de marifoon met zeiljacht Marry Ann II contact gehad. Het bakboordlicht wat ik had gezien was van hun. Even gebabbeld over het weer, het doel (ook zij gaan naar Sal) en de zee. Het zijn nog steeds hotse-klotse golven. Gelukkig breekt aan het begin van de middag de zon door. Ik vaar nu met een uitgeboomde genua. Na het radionetje met Schorpioen even voor 2 maal een half uur plat. Een beetje voorslapen. Dan: dolfijnen! Voor de boot zwemt een groepje van 10 stuks. Eentje doet af en toe ook dolfinariumtrucjes zoals het verticaal al spinnend omhoog springen. En dat zo'n 3 meter voor de boeg. Als ik een hoepel had zouden ze er nog doorheen hebben gesprongen.
Na het avondeten alles klaargemaakt. Ik laat voor het eerst de boom staan maar ik heb de genua wel wat ingedraaid. Ik loop ruim 5,5 knoop.
Na een uur in mijn bed wordt ik wakker van te veel geklots en harder gieren van de wind. Het waait serieus: 26 knopen. Ik kijk het eerst even aan of het slechts tijdelijk is of permanent. Het laatste. Dus aankleden en bij de mast het tweede rif in het grootzeil zetten. De genua ook wat verder ingerold. De snelheid ligt nog tussen de 5,5 - 6,5 knopen. Het werd weer een nacht met een hotse-klotse zee. Mijn radaralarm ging zo elk kwartier af doordat het brekende golven zag. Na veel spelen met de variabelen van de radar heb ik het zo kunnen instellen dat ik kan slapen maar dat het toch schepen opmerkt. De belangrijkste wijziging is dat het het wachtgebied geen hele cirkel (eigenlijk een donut) meer is maar een met een punt eruit. Juist in dat gebied waar de wind vandaan komt want daar zijn de reflecties het grootst. Om toch squalls te kunnen opvangen heb ik een tweede wachtgebied ingesteld die het deel van de ontbrekende taartpunt afvangt; maar dan pas op zo'n 3 mijl afstand. Het werkt! Nog 2 vrachtschepen in de nacht gehad.


Dag 4
Zoals verwacht nam de wind iets af. Alle riffen eruit en m'n koers iets verlegd zodat ik alles over stuurboord vaar. Zon erbij en de zee wordt ook aardiger. Als lunch wilde ik gebakken eieren hebben maar de geur en vloeibaarheid van de eieren vond ik verdacht. Weg ermee! Vanuit binnen gooi ik de eieren overboord maar zoals wel te verwachten was spat er eentje tegen de biminibeugel uiteen en een eispray daalt neer. Dan maar soep met brood.
Rond het middaguur moet ik nog 400 NM varen. Ik ben bijna op de helft. Als alles meezit zal ik woensdagochtend of -middag 2 november aankomen. Overigens bij zo'n tocht heb je absoluut geen gevoel voor de datum of de dag van de week. Heel elementair maar je ritme wordt door licht en donker bepaald. De sleepgenerator met de recent geïnstalleerde regeling werkt perfect. Overdag en 's nachts heb ik voldoende stroom en de accu's zitten propvol. Ik hoef niet zuinig met elektra om te gaan.
in de avond is het schip Salva Lake op de AIS zichtbaar. Deze kleine vrachtvaarder van 243 voet heeft slechts een snelheid van 6 knopen. Op AIS: destination: 'by order' en een verwachte ETA van 1 november welk nooit kan kloppen. Vreemd allemaal. Deze middag had ik al van de Schorpioen over dit vreemde schip gehoord. Zij waren het al eerder tegengekomen, Grappend met elkaar gesproken over de piraten van Mauretanië. Niet geheel vreemd want voor dit land (met negatief reisadvies) wordt zeilers die naar Senegal willen varen geadviseerd om er ruim (minimaal 80 NM afstand) omheen te varen. 
Het belooft een rustige nacht te worden met NW 4/5; relatief weinig golven en toch een mooie snelheid van 5,5-6,5 knopen over de grond. In alle eerlijkheid moet ik melden dat een stukje hiervan (0,5 - 1 knoop) ik gratis van de Canary Current meekrijg.


Dag 5
Het klopte. Het was een rustige nacht met geen alarmen. Doordat ik al om 8 uur 's avonds voor m'n slaapjes naar bed ga ben ik om 5 uur klaarwakker. Lezen lukt op deze tocht prima. Waarschijnlijk doordat ik er aan wen maar wellicht ook door andere golf- en bootbewegingen. Het is NE5. M'n koers iets verlegd en de genua uitgeboomd. 
Ik zit slechts 5 mijl naast de geplande, ideale lijn. Tijdens het zonnige weer nog even met de Mary Anne II gesproken. Ze zitten nu 15 mijl achter me. Nu al meer dan 500 NM gevaren. Als avondmaaltijd een blik Chilli Con Carne genomen. Om afwas te besparen maar rechtstreeks uit de pan gegeten. Van een andere single-hand zeiler gehoord dat je Chilli con Carne niets eens hoeft op te warmen. Gewoon rechtstreeks uit het blik eten. De afwas bestaan dan uit slecht één lepel.
Gedurende de nacht blijft de wind variëren tussen 13 en 23 knopen. 


Dag 6
Afgelopen nacht de kreeftskeerkring gepasseerd. Ik ben nu in de tropen. De temperatuur neemt ook steeds meer toe. Om half acht 's ochtend is het al 26 graden. Maar dan de watertemperatuur: 25 graden. Da's pislauw!
Om de genua beter te laten staan wil ik de boom iets verkleinen. Toen ik voorop stond, kreeg ik het gevoel: 'het waait wel hard'. Na de gedane zaken weer terug in de kuip en daar zag ik dat er 28 knopen wind stond. Dat is net 7 Beaufort! Waar komt dat vandaan? De afgelopen dagen was er nooit een echt constante wind. Altijd was er een band waarbinnen het fluctueerde. Als er bijvoorbeeld een wolk (niet eens een squall of een ander vervaarlijk uitziend exemplaar) boven je hing had je direct meer wind en veranderde de windrichting ook. Maar in dit geval hing er niet eens een wolk boven me. Gedurende de dag neemt de wind af tot 18 knopen. Da's lekker. Af en toe wel hoge golven. Slechts eentje had het lef om een breker voor een klein deel in mijn kuip te lozen. Met de marifoon nu contact met het Noorse jacht Frida. Zij zitten zo'n 7 mijl voor me en gaan ook naar Sal. De Schorpioen verwacht deze nacht Mindelo aan te lopen. Na een paar dagen gooien zij weer los voor richting Parimaribo. Ze zijn er vroeg bij.
Onderstaand een videoimpressie van het varen met passaatwinden. Je ziet goed dat het bootje niet stilligt maar schommelt.


Dag 7
De afgelopen nacht bezoek gehad van 7 vliegende vissen (nee ma, ik heb niet gedronken). Je hoort ze op het dek vallen en na een paar spartelingen is het over. 's Ochtends zijn ze door de warmte al hard geworden. Het is een mooi gezicht om ze door het water te zien vliegen. Soms per schooltje en soms alleen. Ze kunnen gemakkelijk een afstand van een honderd meter afleggen. 
De wind draait steeds verder naar het noorden waardoor ik steeds verder van de route af moet wijken. Dus in de nacht gegijpt. Deklicht aan en hoofdlamp op. Ik wist al dat de smeerreep van mijn eerste rif vernieuwd moest worden maar nu zag ik dat de buitenmantel volledig doorgeschavield was. Daarom maar een 2e rif gezet en de genua verder uitgerold. Dat is weer een klusje voor op de klussenlijst. Het lijstje is behoorlijk aan het groeien. Tijdens een slingering had ik het haakje van de schuifdeur bij het toilet met schroef en al uit het hout getrokken. En bij het terugkomen van het dek naar de kuip greep ik mis. In plaats de beugel van de buiskap in mijn hand te hebben ging ik nu met hand en al door de buiskap heen. Waarschijnlijk een beetje oud. Ook zie je roest toenemen. Ook al is het RVS316. Dit soort mankementen en klussen zijn inherent aan zeilen op groot water. Na elke grote tocht zie je al die zeilers klussen. Naast zorgen voor voldoende reservematerialen aan boord moet je als zeiler wel inventief genoeg zijn om mankementen direct met een noodreparatie te kunnen herstellen of in ieder geval voldoende om een haven te bereiken. Er is geen wegenwacht op het water en jouw boot is niet alleen jouw transportmiddel maar ook jouw veiligheid. In de havens helpen de zeilers met elkaar met spierkracht, hersenkracht, reservematerialen of gereedschap. Het lijkt een soort van commune.
Al 35 mijl voor de haven begin ik al met opruimen en losse spullen van dek te halen. Ook me wederom gewassen en geschoren. Bijzonder om te ervaren dat je nu al 6 uur van te voren werkt aan de aankomst. Ondanks dat ik nu 6-7 knopen loop bij 20 knopen wind lukt het me niet om vroeg in de middag aan te komen. Bij de haven van Palmeira op het eiland Sal heb ik na een keer krabben een ankerplek gevonden en hijs in de gele quarantaine vlag. Officieel moet je eerst alle formaliteiten afhandelen voordat je andere zaken doet. In de avond werd ik opgepikt door een rubberboot van het Engels jacht Spruce en borrelden we met 5 boten bij hem in de kuip. Welkom op Sal!


Het was een heerlijke tocht waarbij ik kon ervaren hoe het is om te zeilen met passaatwinden. Tijdens de twee 4-daagse tochten (golf van Biskaje en oversteek naar Madeira) had ik soms enige twijfel maar nu is het 100% zeker. Ik ga eind november naar Barbados oversteken! Chrisja heeft al tickets gekocht zodat we samen Kerst en oud&nieuw onder een palmboom kunnen vieren. Pa moet alleen even de vakantieaccommodatie overzeilen.

dinsdag 25 oktober 2011

La Gomera

Vanuit Santa Cruz ben ik niet in een keer naar La Gomera gevaren. Qua afstand is dat niet bij daglicht te doen dus daarom gekozen voor twee etappes. Ja, hij begint op een luxe paard te lijken. Het eerste deel gaat naar de zuidkust van Tenerife. Het was een grijze dag met af en toe enkele spetters regen. De wind was 's ochtends nog SW2 (!) maar draaide vrij snel naar NE zodat ik op zeil verder kon. Een groot deel van de tocht zit in een windversnellingszone maar qua kracht viel mee: 5 Beaufort (voor mijn gemak heb ik die zones op mijn kaart met roze ingekleurd)
Om voor slechts een nacht een haven in te gaan is zo'n gedoe. Mijn bedoeling was daarom bij Montana Roja voor anker te gaan. Daar is een ankerplek waar ook tankers aan boeien liggen om het zuidelijke vliegveld te bevoorraden. Toen ik daar aankwam lagen er vier superboeien en nog een paar kleine gele tonnetjes in het midden. Tja, en dan begin je te de denken: hoe lopen de ankerkettingen van al die boeien en hoe loopt de pijpleiding of zijn het leidingen? Daarbij was de wind toegenomen tot 6 Bft. Ik had ook geen zin om nadien nog het water in te gaan om m'n anker te gaan controleren. Daarom besloot ik om maar door te varen naar de haven van San Miguel. Aldaar snel een plekje gekregen. Het havenkantoor is helemaal aan de andere kant van de haven maar gelukkig mocht ik achterop in de bak van het golfkarretje van de havenmeester staan en zo gingen we naar het kantoor. Je krijgt dan wel de neiging om te wuiven naar iedereen die je tegenkomt.


De wind was nop op die donderdag 20 oktober dus gestart met de motor richting La Gomera. Nadat ik Punto Rasca gepasseerd was een stel grienden gezien. Ja, het maritiem leven openbaart zich langzaam voor mij... De wind was erg variabel. Voor een groot deel NW; dus tegen. Een beetje kruisen en bij te weinig wind het oliezeiltje bijgezet. In de versnellingszone van La Gomera was het gelukkig NW5 dus nog een aardige afsluiting.
San Sebastian de la Gomera zal waarschijnlijk mijn laatste haven van de Canarische eilanden zijn. Er stonden weer wat klusjes op de lijst. Belangrijkste was m'n urenteller van de motor. Doordat ik deze stand in mijn logboek bijhoud constateerde ik dat het niet mee deed. Aangezien ik geen niveaumeter op mijn dieseltank heb is deze urenteller mijn enige indicatie van hoeveel diesel er in de tank moet liggen. De oplossing van het probleem was eenvoudig: gecorrodeerd contactje schoonmaken. Van andere schepen hoor ik dat ze last van kakkerlakken en ander ongedierte hebben. Zelf blijf ik nog gelukkig gevrijwaard. Wel heb ik al lijmvallen voor kakkerlakken geplaatst en alle verpakkingen (dozen maar ook wikkels van blikken) verwijder ik al buiten de boot (eh, ja hoor, om verrassingen te voorkomen schrijf ik met stift op de blikken wat de inhoud is). Alleen plastic is ok (na inspectie op aanhechting van eizakjes) of ik hevel de inhoud over in waterdichte containers. Gisteren vond ik in een net gekochte pak rijst zwarte beestjes. Weg ermee.
La Gomere is een bijzonder eiland. Ondanks dat er toeristen zijn vallen ze niet op. Ze worden door deze stadjes geabsorbeerd zodat je het gevoel krijgt dat jij ziet hoe het leven op het eiland is. Het is een eiland voor de bewoners. Je ziet hier dan ook geen roodverbrande, bierdrinkende en hardpratende Duitsers of Engelsen. Dat is een groot verschil met bijvoorbeeld Las Palmas.
In de haven lig ik naast een boot van vergelijkbare grootte met daarop vijf Noorse jongens. Zij zijn een theatergroep die als project hebben om contact met de diverse culturen te maken en daarvan te leren (link). Zeilen is een bijzaak en hebben ze pas aan het begin van hun tocht geleerd. In hun achteronder hebben ze geen lampje dus hebben ze als vervanging maar een foto van een lamp opgehangen...
Met een huurauto het eiland rondgereden. Ook hier weer zeer mooie natuur in diverse gedaanten maar gelukkig op kleine schaal dan op Tenerife. Dat maakt het allemaal meer behapbaar en zie je snel alle afwisselende landschappen.


Er zijn ook zeer veel wandelroutes over het eiland uitgezet. Vanuit het grote aanbod heb ik gekozen voor een zeer kleine tocht: naar de Drakebomen; noordelijk van Alajero. Het is eerst een flinke slingerroute met de auto maar dan kom je bij het pad. Het is er weer een van allemaal ongelijke stenen en op je gympen loopt dat niet lekker. Lopen over het muurtje naast het pad was beter. Het ging weer straf naar beneden met ook weer diverse trappen. Na deze afdaling kom je bij slechts 1 boom; ja een 'lullige' (sorry) boom. Ok, het is wel een mooie boom maar ik had me een woud van die bomen verwachten. En dan zetten ze er ook nog een hek omheen met een uitkijkpost ervoor. Om vanuit die uitkijkpost naar de ene boom te kijken. Na deze deceptie sjokkend weer de heuvel bestegen. Wat moet het vreselijk voor La Gomera zijn als ooit op een dag die boom dood is. Weg attractie.
Ik was al 'gewaarschuwd' voor de hippies uit de 70's. En ja, ze zijn er. Generalistisch kenmerk wat nog is gebleven: het haar in een staartje. Vaak is het al grijs of is het hoofd kaal maar de resterende plukken zijn toch bijeengebonden.
Gisteravond (26 oktober) hadden we nog een barbecue op de steiger. Zo'n twintig man waren aanwezig en de Noorse artiesten deden er nog een lading muziek (gitaar, accordeon en dwarsfluit) overheen. 
Ik heb vaak melding gemaakt van de windversnellingszones. Op onderstaande foto (wellicht na uitzoomen) kan je duidelijk een gebied zien waar vele brekende golven zijn terwijl iets verderop het rustiger is.
Van de Canarische eilanden staat La Gomera voor me op plaats twee. De eerste plek wordt nog steeds door Graciosa ingenomen. Dit is mijn laatste stuk van Europa. Ik zal op 27 oktober naar Afrika gaan: de Kaapverdische eilanden met als eerste aanloop het eiland Sal. Deze tocht van een kleine 800 NM zal zo'n 7 dagen vergen en tot die tijd geen blog; wel geef ik dagelijks positierapporten af. Tot het volgende continent!


En een extra bijdrage in de categorie onzinnige verkeersborden: 'einde tunnel'. Je ziet toch zelf wel wanneer je uit de tunnel bent gereden......

maandag 17 oktober 2011

Tenerife

Bij daglicht uit Las Palmas richting Tenerife gevaren. Buiten de haven stond een slecht stukje water. Hoge en holle golven uit vele kanten door de wind; weerkaatsing van de golven tegen de golfbreker en stroming (Canary Current). Dus op de motor en grootzeil slagen gemaakt om om het noordelijk puntje te komen. De wind was noordelijk kracht 4 dus onderweg met zo'n 5 knopen richting Santa Cruz. Gaande de tocht nam de wind weer zoals gebruikelijk toe tot 25 knopen. Als ik dit vergelijk met varen op de Noordzee: bij windkracht 6 staat daar een rottige golfslag; vaak regent het en is het op z'n zachtst gezegd fris. Het valt in de categorie afzien. Nu toch een beetje anders. Met ontbloot bovenlijf (wel reddingsvest met lifeline) en een graad of 28 is het toch niet echt afzien. Tijdens het tochtje nog even contact met een kabellegger gehad. Door het voordeel van AIS riep hij me keurig met scheepsnaam op en kon ik melden dat ik voorlangs wilde. De gehele dag was op de marifoon het bericht dat er i.v.m. vulkanische activiteiten een verboden gebied was ingesteld rond de zuidpunt van El Hierro. In Santa Cruz ook gehoord dat de jachthaven van El Hierro is gesloten en op internet gevonden dat Neckermann toeristen van het eiland haalt. Het wordt dus geen bezoekje aan El Hierro.
In de haven een weerzien met Lizenn en Julien van de Ster-vraz. Zij hebben hun dinghy al in Lissabon besteld (kleine 2 maanden geleden) en wachten nu al 3 weken in Santa Cruz op de daadwerkelijke aflevering. 
Santa Cruz is gelukkig anders dan Las Palmas. Qua sfeer is het al anders. Minder 'plat'. Qua historische gebouwen ligt meer het accent op de art deco stijl zoals prominent in het postkantoor te vinden is.
Toch nog even een thuisgevoel. Niet door Kroket van Fred maar de tram. Deze zijn hetzelfde als de nieuwe trams in Amsterdam; zelf de bel is identiek.
Voor zondag en maandag een auto gehuurd. Voor de autorijders in Nederland: een liter normale benzine kost hier slechts 0.96 eurocent. dus gooi maar vol die tank.
Op zondag natuurlijk eerst naar de grote vulkaan Teide. Met je auto kom je tot 2250 meter hoogte. Daarna kan je met een kabelbaan richting de top (3717 meter). Niet voor mij dus. 
Ik wilde eigenlijk door richting het zuiden maar doordat ik een afslag miste ben ik doorgereden naar Los Gigantes aan de westkust. Je rijdt dwars door een laveveld afkomstig van de eruptie van eind 18e eeuw. Mooie rotsen bij Las Gigantes aber dass war eine Grosse Germanische feriencolonien (waarschijnlijk heb ik in deze ene zin minimaal vijf schrijf- en grammaticale fouten gemaakt). Dus je wordt in een restaurant in het Duits aangesproken. Arggghhhh! Snel weg richting de oude hoofdstad La Laguna. Zoals al gemeld was het een zondag dus geen winkelend publiek. De historie is zeer goed bewaard gebleven. Veel oude panden of oud-ogend. 
Als laatste nog naar Monte de las Mercedes aan de noordkant van het eiland. Zo langzamerhand raakt je gewend aan de slingerweggetjes maar met m'n autootje (Chevrolet Matiz; kleiner kan bijna niet) en een Portugese rijstijl kom je overal. Het landschap hier doet me deels herinneren aan Madeira. Veel steile bergen maar wel met begroeiing. 

Na terugkomt op de boot de schoenen uitgeschopt en nog even een was in de wasmachine/droger gedaan. 
De tweede autodag wilde ik besteden aan een wandeling. Dat betekent eerst een uur in de auto om via een slingerweg bij Chamorga in het noorden van het eiland te komen. Via een valleiwandeling komt je uit bij de vuurtoren Faro de Anaga. Het hoogteverschil tijdens de wandeling is zo'n 600 meter. Echter het pad loopt niet lekker en er zijn veel trappen in de hoedanigheid van een willekeurig gestapelde stenen. De terugtocht is voornamelijk weer bergop zodat deze zeiler, die houdt van een hoogteverschil van maximaal 2 meter, kapot bij de auto aankomt. De natuur was wel prachtig.
Overigens sinds mijn verrek heb ik al 2400 NM gevaren (ruim 4400 kilometer) en de grote tochten moeten nog komen.

zondag 9 oktober 2011

Gran Canaria

Iets na zevenen ankerop en koers 281 richting Las Palmas. Weer voorbereid op de windversnelling was ik met twee riffen in het grootzeil gestart. Dus niets. Ik krijg een zwaar vermoeden dat die versnellingszones er alleen zijn als ik er niet op reken en omgekeerd. Er stond een stevig deining van 2 meter uit het noorden maar bij een noordoostelijke wind kracht 4/5 Bft was het perfect te doen en vloog Sya met 6-7 knopen over het water. De afstand is 55 NM (foutje op de kaart: deze geeft aan 45 NM). Hoera! Eindelijk dolfijnen voor de boeg. Drie maanden er op moeten wachten terwijl andere zeilers me lekker hadden gemaakt met ontmoetingen met dolfijnen in diverse soorten en schildpadden. Jammer dat ze er maar even waren. De meest gangbare tijd is namelijk 's avonds voor zonsondergang.
Voor Las Palmas is het een drukte van zeeschepen: geankerd, uitgaand, invarend, bunkerend of gewoon op drift totdat ze permissie krijgen om naar binnen te gaan. Alleen op mijn genua de haven in gevaren. Na melding op VHF kanaal 11 kreeg ik gelukkig niet meteen te horen: "full" maar dat ik bij de receptiepontoon kon aanleggen. Ik had al meteen gemeld dat ik een klein bootje was van slechts 9,5 meter. Deze haven is de startplek voor de ARC. Zo'n tweehonderd boten verzamelen zich hier om op 20 november met z'n allen over te steken naar St. Lucia. De schepen die normaal in de haven liggen worden naar andere havens verhaald om maar ruimte te maken. De haven kan me 4 dagen garanderen en daarna mogelijk verlengingen. Het havengeld is een lachertje: 6,5 euro per nacht. Ik wordt naar een plek tussen twee langliggers gemanoeuvreerd (kop op de steiger en heklijn). De hulp-havenmeester zegt nog dat dit de beste plek is met de meeste kans om m'n bezoek te kunnen verlengen. De meeste ARC-zeilers hebben grote bakken van schepen. Het lijkt alsof 40-50 voet gangbaar is. Ik lig overigens hier niet vanwege het historisch karakter van deze stad. Van velen vernomen dat het een akelige, betonnen stad is. Zeg maar het uiterlijk van een Belgische kustplaats; een 4 baans snelweg als boulevard en een historisch verleden vergelijkbaar met Almere.
De reden voor m'n verblijf is dat ik m'n startmotor niet meer vertrouw. Nadat ik de motor een paar dagen niet heb gebruikt en ik start hoor ik een een luide knal vanuit de motor en dan begint te startmotor te draaien. Dit nam de afgelopen tijd alleen maar toe. Dan is dit dé plek om aan deskundig advies en/of onderdelen te komen.
De startmotor heb ik onderhanden genomen mede a.d.h.v. een handig boek van m'n Deense buurman. Alles gereinigd en geïnspecteerd. De plus-draad van de solenoid lag onbeschermd op tienden van een millimeter van het geaard huis. Of dit tot een overslag heeft geleid weet ik niet maar het is wel een potentiële kans om m'n accu op te blazen. Starten ging nadien prima. Dit is ook geconstateerd door een Volvo Penta monteur. Hij zag ook geen schade. Geluk dus.
Op de Spaanse nationale feestdag 12 oktober wilde ik een auto huren om het binnenland te verkennen. De dag van te voren nog duidelijk aan de verhuurder gevraagd of ze wel open zijn. "Ja hoor; vanaf 8:00 uur." Dus trof ik iets na achten een dichte duur aan. Toen dit om kwart voor negen nog steeds zo was heb ik besloten om geen auto meer te huren op Gran Canaria. Ik haal dit op Tenerife wel in. Daarom besloten om naar het oude centrum te gaan. N.a.v. eerder gepubliceerde tekst een opmerking ontvangen: Las Palmas heeft wel degelijk een historie! Het deel waar ik me op baseerde was het toeristische, noordelijke deel. Het historisch deel ligt op een flinke wandeling zuidwaarts (of met buslijn 12). Daar kom je oudere gebouwen tegen maar ook de sfeer is anders. Niet het platte, toeristische deel maar een wijk met meer grandeur. Ik ben echter niet echte juweeltjes van gebouwen tegengekomen. Een van de uitzonderingen is zowel de binnen- als buitenkant van het Gabinete Literario (1844).

In de haven stromen de ARC-zeilers binnen. De grote van de schepen valt op. Het lijkt erop dat 40 voet vandaag de dag zo'n beetje een ondergrens is.
Op het ponton als in de Sailor's Bar hangen briefjes van mannelijke en vrouwelijke opstappers. Een tijdje met een Nederlandse opstapper gesproken die nu op een Amerikaans jacht meevaart. Dit leven van opstapper doet hij nu al voor 4 jaar en hij had al veel van de wereld gezien. Hij denkt er nog zeker niet aan om dit vrije leven op te zeggen. Vergelijkbaar is het leven van mijn Franse buurman. Hij is al vele jaren op reis en vliegt af en toe naar Frankrijk om even wat geld te verdienen. Je ziet dat het leven op een boot zo'n grote vrijheid is. Ik heb geen opstapper nodig.

donderdag 6 oktober 2011

Fuerteventura

Het is weer lekker om op zee te zijn! Op 6 oktober om 7:45 vertrokken. In de haven stond al 5 Bft dus een rif in het grootzeil gezet i.v.m. de nog komende windversnellingszone. Goed. Dus na een kwartier nam de wind dusdanig af dat ik op de motor verder moest gaan. In het noorden van Fuerteventura was er even wat wind: westelijk. Dit moet wel een dag met verrassingen worden. Gelukkig werd om half elf weer alles normaal: noordoostelijke wind kracht 4/5 en zon. Wat ik van Fuerteventura zag was weinig indrukwekkend. Af en toe van die ommuurde vakantiecolonies die midden in het land geplaatst waren. M'n streven was om nog bij daglicht bij Morro Jable aan de zuidkust aan te komen maar door een te laconieke voorbereiding (...) had ik in m'n gedachte dat het 55 NM varen was. Het was 10 NM meer. Dat is dus 2 uur varen extra. Bij de tweede windversnellingszone vanaf Pozo Negro: wederom niets. Nee, erger nog; de wind nam nog verder af zodat ik wederom op de motor moest varen. Ter hoogte van de 3e zone merkte ik wel de verwachte winddraaiing van noordoost naar noordwest maar nog steeds slappe hap qua wind. Bijna voorbij die zone: taaadaaaaaa: binnen 1 minuut nam de wind toe van een knoop of 5 naar 20 knopen om nog door te klimmen tot eindelijk 25 knopen. Da's een dikke 6 bft. Doordat ik het niet meer verwacht had stonden alle zeilen vol. Snel heb ik een 1e rif gezet en kort daarop een tweede en zoals altijd: net voordat ik bij de mast klaar was duikt m'n bootje in een golf en kan ik uiteindelijk drijfnat naar achteren kruipen. De bootsnelheid ligt op zo'n 7 knopen en ik vaar op de hand zo snel mogelijk om toch met daglicht aan te komen. Dat maakt alles gemakkelijker. Door het vergunningenbeleid van dit eiland is in principe geen enkele haven meer gewoon aan te lopen. Daarom besloten om tussen de jachthaven van Morro Jable en de vuurtoren recht voor het zandstrand te ankeren. De kans op zandgrond is dan het grootst. De wind hield zich niet aan het plan. Deze 6 Bft bleef staan tot aan de ankerplek die ik pas net na acht uur 's avonds bereikte. Dan valt de avond binnen een kwartier. Met deklicht aan en hoofdlamp op voorzichtig zo dicht mogelijk naar het strand toevaren. Bij 7 meter diepte het anker laten vallen en meteen ruim 30 meter ketting gestoken. Snel alles opruimen; ankeralarm aan en daarna warme soep als avondmaaltijd. Een heerlijk afwisselende dag! Genoten. Dit is zeilen. 's Nachts neemt de wind af maar wordt helaas vervangen door een de deining die om Punta de Morra Jable heen komt. Slingeren dus en daardoor ook slecht geslapen. Nog in mijn bed besloten om morgenvroeg naar Las Palmas op Gran Canaria te varen.