donderdag 12 april 2012

St. Eustatius

Na driekwart jaar kroketloos door het leven te zijn gegaan wordt dit het 'hoofddoel' voor dit bezoek aan St. Eustatius. Daarom al om halfzeven uit Basse-terre weggevaren. De route ligt een beetje aan de lijzijde van St. Kitts en de wind wordt behoorlijk tegengehouden door de heuvels. Af en toe piept het er tussendoor en kan ik met halve wind en een knoop of 18 aan wind een mooie snelheid maken. Net na de zuidwest-punt stort de wind helemaal in. Ik moet zelfs de motor gebruiken om uit dit gebied te komen. Maar tussen de eilanden staat het goed door en komt een mooie NE-swell de boot lekker laten slingeren. 
Bij St. Eustatius moet je eerst door een 'mijnenveld' van allemaal kleine boeien met als opschrift 'dive only'. Iets verderop ligt een zestal tankers bij de terminal voor anker. Nu is het aanbevolen om aan een balletje te gaan liggen. Ik werd echter aangeroepen door een vertrekkende fransman om net buiten de binnenhaven te ankeren. Dit is toegestaan en je ligt het beste beschut tegen deining. Het klopt; de jachten die aan een balletje hangen liggen veel meer te rollen.
Nu had ik eerder lacherig gedaan over de oplegger van Immigration op Montserrat. De Nederlanders officials op St. Eustatius (in het Engels Statia) hebben het nog wat minder in hun container. Wel hierin alle voorzieningen en een goede airco. En natuurlijk Nederlands met de douaneman gesproken.
Vanaf de dinghydock en een kleine wandeling langs de kust kom je na een steile, korte klim in Oranjestad. Meteen vallen twee zaken op. Het is goed gerestaureerd en je ziet in de bouw van de huizen Nederlandse invloeden. 

Fort Oranje is volledig gerestaureerd en herbergt de toerist information.
Alhoewel de officiële taal Nederlands is wordt hoofdzakelijk Engels gesproken. Er zijn dan ook veel mensen op het eiland die geen Nederlands praten zoals de Amerikaanse eigenaar van een duikcentrum en twee van zijn instructeurs. Er is geen inburgeringscursus nodig. Wat ook opvalt hoe enorme vriendelijk de bevolking is. Je wordt door velen gegroet met een handgebaar of met 'good morning' o.i.d. of zelfs dat ze een praatje starten. Maar hoe zit het met de kroketten? Vorig jaar zat er nog een friettent op het eiland. Nu niet meer. Maar gelukkig kon ik in het restaurant Fruit Tree (gerund door een Hagenees) een broodje frikandel speciaal én een broodje kroket bestellen. Heerlijk!
St. Eustatius is beroemd om de prachtige duiklocaties. Met het duikcentrum twee duiken gedaan. Het eerste duik was naar het koraalrif 'Baracudareef'. Dit prachtig rif is het mooiste rif dat ik tot nog toe heb gezien. Het barst er van de vis en vele baracuda's zwemmen rond en blijven je aankijken. 
Daarnaast twee verpleegsterhaaien gezien; beide slapend dus waarschijnlijk nachtzusters. 
De tweede duik ging naar een Vietnamees visserschip Chien Tong op slechts 17 meter diep. Het stuurhuis werd van binnenuit bewaakt door een reusachtige barracuda met een open bek vol tanden (helaas is de foto niet gelukt). Wederom lekker spelen en door nauwere openingen zwemmen.

Een ander punt van mijn verlanglijstje was het beklimmen van de slapende vulkaan Quill. De naam is afkomstig van het Nederlandse 'kuil' en, ooit eens toen het eiland Engels was, slecht vertaald. Als er ooit eens een franse invloed op het eiland zou zijn geweest dan zou het zeker Soufriere hebben geheten. (nagekomen bericht: er is wel degelijk een franse overheersing geweest). De top ligt op zo'n 600 meter. Om zo min mogelijk last van de warmte te hebben ben ik al om zes uur 's ochtends op pad gegaan. 
In de rugzak veel water. Via een schitterend pad kom je bij de kraterrand. Onderweg zien je vele heremietkreeften en ook drie slangen (roodbuik race slang) gezien. Een ervan had het lef om vlak voor me uit een boom te vallen en voor mijn voeten te landen. 
Door de dichte begroeiing is het bij de kraterrand niet uitzonderlijk mooi. Dus maar een vervolgpad naar het panoramaview genomen. De gradatie is moeilijk en er was aangegeven dat het aanbevolen om dit met een gids te doen maar soms ben ik een beetje eigenwijs. Mooie klim. Je hebt je handen, voeten en hersens nodig om niet naar beneden te vallen. Eenmaal boven een prachtig uitzicht over het eiland. Voordat het echt warm werd was ik weer terug op mijn boot. 
Het was mijn bedoeling om ook nog Saba aan te doen. De weersverwachting gooit roet in het eten. Over enkele dagen gaat er een dikke NE6 staan en loopt de swell op tot ruim 3  meter uit dezelfde richting. Ankeren op Saba is eigenlijk ankeren zonder een echte beschutting. Daarbij wordt bij een NE wind een tocht naar St. Maarten niet prettig door de tegenwind. Daarom besloten om Saba niet aan te doen en maar wat langer hier te blijven. Voordat de harde wind komt wil ik al op St. Maarten liggen.
De extra tijd op St. Eustatius volgemaakt met twee extra duiken. Waarschijnlijk waren dit mijn laatste duiken dit jaar. Bijzonder tijdens een van die duiken was het compleet ingesloten zijn door een school van duizenden en duizenden vissen. De foto laat een deel hiervan zien waarbij op de achtergrond een stokanker uit de 17e eeuw te zien is.

dinsdag 10 april 2012

St. Kitts & Nevis

Dat het een rustig tochtje ging worden was al bekend aan de hand van de weersverwachtig. Met een snelheid tussen 2 en 4 knopen kabbelde Sya richting het eiland Nevis. Je merkt goed dat het hier lente is. De zon is fel. Voor het eerst heb ik tijdens het zeilen mijn bimini opgezet. Onderweg kom je nog een ander eilandje tegen: Redonda. 
Redonda is een eiland van slechts anderhalve kilometer lang en 300 meter hoog. Vanaf 1865 tot 1914 werd er door Engelsen fosfaat gedolven. In 1872 werd het eilandje officieel door Engeland geannexeerd en bij Antigua gevoegd. Echter er is ook een sprookjesversie: er was eens een eilandje in de Caribische zee ... Op het nabijgelegen eiland Montserrat leefde een slimme koopman. Hij had in de gaten dat het eilandje Redonda niet door het grote en machtige Engeland was geclaimd. De volgende dag in het jaar 1865 zij hij: "Redonda is nu van mij". Vele jaren later (in 1880) werd zijn 15 jarige zoon in het bijzijn van de bisschop van Antigua op het koninkrijk Redonda gekroond tot Koning Filipe I. Hij leefde nog lang en gelukkig in ... Engeland. Waarschijnlijk zou hij met z'n koninklijk paard en al van de steile rotsen aflazeren zodra hij een tocht over zijn koninkrijk wilde maken. Het koningschap werd niet via een bloedlijn aan prinsen of prinsessen overgedragen maar aan bevrinde schrijvers: King Juan I - king Juan II - King Bob de Bald en sinds december 2009 de huidige King Michael the Grey. Het koninkrijk is nu eigenlijk alleen nog via de lucht te bereiken en erodeert steeds verder. Het koninkrijk wordt door geen enkele natie erkend. De huidige bewoners voelen zich er prima thuis en vliegen uit als ze honger hebben of om voedsel voor hun kleintjes te vangen. En ze leefden nog lang en gelukkig.
Nevis is een klein eilandje wat bestaat uit de 1000 meter hoge vulkaan 'Nevis peak' als middelpunt. De moorings in de buurt van het plaatsje Charlestown liggen recht voor de kratermond. Zo moeten de mensen van Plymouth, Montserrat vele honderden jaren naar hun vulkaan hebben gekeken. 
Charlestown is een klein, pittoresk plaatsje met enkele pleintjes en historische huizen. Door de beperkte grote heb je alles binnen een half uur gezien. 
Op Witte Donderdag een bijzonder weerzien met Camille en Laure van de Saltimbanque. De laatste keer dat we elkaar hadden gezien was op La Graciosa aan de andere kant van de plas. Sindsdien wel emailcontact met elkaar gehad en nauwgezet elkaar blog volgen.
Goede Vrijdag is hier een feestdag. Alles is dicht en uitgestorven. Slechts één supermarkt is open. Richard eet wederom niet op z'n eigen boot maar eet Bretonse crêpes op de Saltimbanque. Het was al de volgende dag geworden toen ik terugroeide. 
Op deze paaszaterdag al iets voor zevenen weg voor een ukkepuktochtje van slechts 10 NM naar Basse-terre op het eiland St. Kitts. Ik had weer even trek in een jachthaven. Te meer omdat ik nu alle watertanks wil afvullen. Zonder de motor te gebruiken de mooring bij Nevis achtergelaten en rustig onderweg. En bij de jachthaven Port Zante: het lijkt bijna het programma Glamourland van Gert-Jan Dröge en terugkerend middelpunt Jan des Bouvrie. "Hallo daar zijn we weer...." ;-). Buiten de haven ligt de Full Circle en ze gaan net voor me met hun dinghy de haven in. Altijd leuk om vrienden te zien. Naast de haven ligt een duty-free walhalla voor de cruiseschip-mensen. Souvenirshops afgewisseld met juweliers en enkele restaurantjes. Het is spiksplinternieuw en doet qua bouwstijl en lelijkheid erg denken aan Batavia-stad in Lelystad. Een beetje van het semi-authentieke.
Vanwege Pasen wordt de volumeknop van een kroeg in 'Batavia Stad' vol open gezet; tussen 3 en 6 uur 's nachts op z'n hardst. De eerste nacht was het eigenlijk wel mooie muziek. Dance met een Steelband mix. Ik noem deze verfrissende stijl maar Stance. Na een eerdere nachtelijke ervaring op een andere locatie had ik oorpluggen gekocht. Na een half uur swingen in mijn bed ze maar ingedaan om wat nachtrust te pakken.
De komende eiland Saba en St. Eustatius zullen voor mij duikeilanden worden maar ook St. Kitts heeft een goede reputatie. Met Kenneth van Kenneths Dive Center twee duiken achter elkaar gemaakt. Het eerste was voor de oude rot Kenneth een nog een onbekend rif (eigenlijk dacht hij op de locatie van een wrak te zijn). Beneden op 20 meter diep was het schitterend. Totaal drie met koraal begroeide oude stokankers zien liggen, wederom een prachtige maar uitheemse (en voor lokale visstand bedreigende) leeuwvis en een rog van 1,5 meter breed gezien.

Maar de klapper was toch wel een gifgroene Groene Moray. Deze zat gevangen in een visfuik. Een joekel was het: dik twee meter lang en zo'n 25 centimeter in doorsnede. De bek met scherpe tanden wagenwijd open. Als het zou kunnen blazen dan blies het naar ons. Kenneth bevrijdde de Moray die zich meteen achter een rots verborg. Er was een kansje dat het door alle stress in de aanval zou kunnen gaan maar gelukkig niets van dat. 
De tweede duik met verse flessen ging naar het wrak van m/v River Taw. Dit 144 voets schip ligt in twee delen op de bodem. Het was mogelijk om in het ruim en in het achterschip te zwemmen. Het is nog steeds opwindend. Dit keer lukte het me beter om mijn ademhaling te reguleren. Naast het feit dat dit wrak op slechts 40 voet diep lag was mijn duiktijd 55 minuten. Het waren twee heerlijke duiken.


De hoofdstad Basse-terre op St. Kitts laat een vertrouwd beeld van een Caribische stad zien. Mooie maar wel wat vervallen, houten Creoolse huizen. Bijzonder, het lijkt wel een folly, is het op Piccadilly Circus te London gebaseerd plein.
Op deze tweede Paasdag gaan de bewoners van Basse-terre niet naar de bollen of naar de meubelboulevard. Het lijkt meer op Koninginnedag. Wedstrijdjes (zwemmen en boksen), lopen over een ingezeepte balk en lekkere, stevige Caribische muziek.
De bewegwijzering hebben ze volgens mij van de Belgen overgenomen. Welke kant moet ik nu in voor Dieppe Bay?

donderdag 5 april 2012

Montserrat

Na een klein, lekker tochtje van 30 NM al om half twaalf op Montserrat aangekomen. Eerst even gekeken te Little Bay maar uiteindelijk besloten om in de baai iets ten noorden (Rendevous Bay) te ankeren. Deze baai ligt dan wel veel meer open maar, het klinkt vreemd, je ligt er rustiger. Het water is kristalhelder. De bodem op 10 meter diepte kan je vanaf de boot zien. In twee snorkelsessies heb ik alle aangroei, met name de zeepokken, van het onderwaterschip eraf geborsteld. Er liggen in de baai twee andere boten: beiden Nederlanders! Zo veel tegelijkertijd heb ik nog niet gezien. Inklaren kan pas maandag dus maar even naar de 'buren' op s/y Vrijbuiter geroeid om te vragen of ze ook een tour over het eiland gaan maken en of ik dan bij hun kan aansluiten.  Aangezien ze direct doorhadden dat ik een Brabander was kreeg ik meteen een fles bier in mijn hand gedrukt en lege flessen werden snel ververst. Volgens mij bleef het aantal genuttigde flessen op een hand te tellen ...toch? Na ook nog een maaltijd te hebben gekregen (bloemkool, aardappelen en een Hollandse gehaktbal) weer terug naar mijn bootje gegaan. O ja; deze Nederlanders hadden al de toer gemaakt en vertrekken morgen.
De formaliteiten bij Port Authority, Customs en Immigration afgewerkt. De kantoren zijn zwaar verwaarloosd en staan op instorten. Immigration zit zelfs in een oplegger. 
Je krijgt een verblijfsvergunning voor 3 dagen. Daarna verlengen of wegwezen. Gelukkig is dan uitklaren niet nodig. Buiten de oplegger contact gemaakt met twee Belgen en twee Amerikanen. Met zijn vijven besloten om op 3 april de eilandtour te doen. 
Als je het over Montserrat hebt dan heb je het direct over de nog steeds actieve Soufriere Hills Vulcano (nagenoeg alle vulkanen in de Carieb heten Soufriere) die, na 400 jaar slapen, de laatste 15 jaar het zuidelijk deel van het eiland inclusief complete steden waaronder de hoofdstad Plymouth heeft verzwolgen door as, lava en pyroclastische lawines. 
De laatste grote eruptie was in 2010. Little Bay is de nieuwe hoofdstad.
Met het taxibusje en de gids/chauffeur eerst naar het observatorium. In het noorden is het eiland dor maar meer richting het zuiden zie je weelderige plantengroei. Dit komt mede door een aantal natuurlijke waterbronnen. We hebben vandaag geluk want de top van de vulkaan zit niet in een dik wolkendek. Je zien dan ook een flinke stoompluim uit de kratermond komen. 
De film in het observatorium laat mooie en indrukwekkende beelden van het leven op het eiland voor, tijdens en na de erupties. Prachtige beelden van de pyroclastische lawines. Vervolgens met het busje richting beperkt toegankelijk gebied. Een politiepost is opgesteld zodra je zone C in wil en het hazard level 2 of hoger is.
In deze zone zie je vele huizen die verplicht uit voorzorg verlaten zijn. De chauffeur heeft hier ook een huis maar hij woont nu in het noordelijk deel van het eiland. Hij geeft de grond niet op zodat het mogelijk door zijn kinderen in de toekomst gebruikt kan worden zodra de vulkaan weer gaat slapen. 
De voormalige 11-holes golfbaan is volledig verzwolgen door een gigantisch brede en metershoge, opgedroogde modderstroom. Een aantal gebouwen die in de weg stonden zijn weggevaagd of tot de eerste of tweede verdieping bedolven.
Toch zijn er ook voordelen. Het as is erg vruchtbare grond en het zand/gravel is goed in beton te gebruiken. Er zijn enkele mijnbouwbedrijven bezig om het op te graven, te zeven en te verschepen. Voor het verschepen wordt vaak het dok bij Plymouth gebruikt. Aangezien de route dwars door de gevaarlijkste zone V loopt moet het observatorium voor gebruik eerst toestemming verlenen.
Vervolgens bezoeken we een hotel in Richmond Hill. De naam ben ik vergeten maar een kamer boeken zal niet meer gaan. Het hotel lig vol met as en het zwembad is een asbak geworden. 
Ooit moet het eens een mooi hotel op een prachtige locatie zijn geweest. Tal van spullen zijn nog in het kantoor en in de hotelkamers te vinden. 
Vanuit dit hotel heb je een prachtig uitzicht op de vulkaan en Plymouth met haar bedolven of verlaten huizen.
Het was een indrukwekkende dag. Wat zo opvalt is dat er zeer weinig toeristen zijn en dit ondanks de prachtige trekpleister voor eco-vakanties.

vrijdag 23 maart 2012

Antigua en Barbuda

's Ochtendsvroeg net nadat het licht is geworden uit Deshaies weggevaren. Het eerste stukje langs de lijzijde van Guadeloupe is zoals altijd bij dit soort eilanden: erg rommelig qua wind. Maar voorbij de noordzijde is het heerlijk. Windkracht 4 uit het oosten, zon en een erg rustige oceaan. Na 45 mijl English Harbour op Antigua ingevaren. Bij de havenmond is een drukke ankerplek maar ik heb gekozen om helemaal achterin te gaan liggen in Tank Bay. Het ziet er rustig en erg beschut uit.
In English Habour is Nelson Dockyard prominent gesitueerd. Oude, zeer goed gerestaureerde gebouwen geven de rijke historie weer. 

De schepen rondom dit schiereilandje maken het af met de weergave van de moderne, rijke tijd. Dit is dan ook de plek voor megajachten waarbij vaste bemanningen er voor zorgen dat áls de eigenaar aan boord komt alles perfect is én glimt. Ik zie bemanningsleden dan ook de gehele dag alleen maar poetsen. Aan een aparte steiger ligt het enorme superjacht 'Leander' met een eigen helikopterdek. 
Je denkt meteen aan een miljardair maar niets is minder waar. Het ik gewoon een huurbak. Dus waan jezelf een dag rijk en huur dit schip. Op hun website staan helaas geen prijzen vermeld maar ik verwacht dat je na één dag huren je de daklozenkrant mag gaan verkopen. 
Mijn rustige ankerplek blijkt overigens iets minder rustig te zijn. Elke avond zo rond negenen start in een kroeg de reggeamuziek. Het weet me te vermaken tot drie uur 's nachts. Nelson Dockyard is ook een toeristische trekpleister. Busladingen vol met cruiseschippassagiers worden op het klein stukje land uitgebraakt.
Inmiddels is Gette vanuit St. Vincent overgekomen. De komende twee weken wordt Sya niet meer single-handed gevaren. Het doel voor de eerste gezamenlijke  tocht is Indian Creek dat slecht 4 mijl oostwaarts ligt. Het aanvaren is spannend. Pas als je heel dicht bij de rotsen bent zie je de ingang. Voor dit soort plekken ben ik erg gelukkig met mijn elektronische plotter. Samen met 'eyeball navigation' wordt het gemakkelijker om een weg tussen de rotsen en ondiepten te vinden. In de Indian Creek is geen enkele andere boot; een heel mooie privéplek. Helaas is het water wat troebelig zodat snorkelen niet schitterend is. 
Besloten om in de middag ankerop te gaan en het weer in Falmouth Harbour te laten vallen. Falmouth Harbour grenst aan English Harbour en herbergt nog veel meer superjachten. 's Nachts krijg je door alle verlichte masten met hun rood rondomschijnende lichten in de top het gevoel dat je naar Shell Pernis aan het kijken bent in plaats van naar een jachthaven.
Het is nog steeds rustig weer. De vooruitzichten geven geen verandering. De tocht langs de zuid- en westkust was rustig. Aan de westkust liggen veel ondiepten. Door de witte zandgrond, zon en helder water vaar je door prachtig blauw - groen water. Alleen opletten voor die paar vervelende ondiepten. Jolly Harbour is weer een echte marina. De projectontwikkelaars zijn lekker bezig geweest. In de haven is het een hartelijk wederzien met Aurelien. Ik heb hem en Laure voor het eerst op La Gomera ontmoet. Beiden zijn nu in de Carieb aan het werk om hun budget aan te vullen; Laure vanaf Guadeloupe en Aurelien in de yachtbusiness op St. Maarten. Vanuit Jolly Harbour bus 20 naar de hoofdstad St. John gepakt. Hier liggen drie grote cruiseschepen. In een straal van slechts 2 kilometer rondom het dock is alles toeristisch en alles draait om geld uitgeven en geld verdienen. Buiten dit gebied zie je het normale leven van Antigua. 
Op de plaatselijke vismarkt kom ik een vreemder beeld tegen. De mooie vissen die ik ken van de koraalriffen zoals de papagaaivis liggen hier een beetje dood te wezen.
Slechts een uurtje naar het noorden varen ligt Deep Bay. Dit is mooie, rustige baai. helaas is het water niet zo helder. Door zeer fijn wit zand is het water wat troebelig. Het aanbevolen snorkelgebied is dan ook niet bijzonder. Een wederzien met de s/y Full Circle gehad. Op vrijdag 23 maart dan ook een wat langere tocht gemaakt. Op naar het eiland Barbuda. De waterdiepte tussen deze eilanden is slechts 5 - 60 meter. Het verbaasde ons dan ook enorm toen we op 50 meter afstand een walvis zagen. Welk soort is me niet bekend; in ieder geval geen potvis; de lengte was zo'n 10 meter.
Na 5 uur varen kom je in het gebied van koraalriffen. Met mijn digitale kaart en 'het water lezen' tussen de riffen doorgevaren en het anker laten vallen. Wow! Schandalig mooi blauw water met een kilometers lang hagelwit zandstrand. Hemels! Rondom de boot zie je vaak een schildpad even ademhalen om vervolgens weer naar z'n maaltijd onder water te gaan. 
Ook Gette is aan het genieten.
Het was ons doel om de hoofdstad Codrington van het Barbuda te bezoeken. Er is geen openbaar vervoer en lopen komt uit op zo'n 2 uur lopen in de brandende zon. Dan maar de luxe van een taxi. Het eiland telt slechts 1200 bewoners. De stad straalde dit ook uit. Het is gewoon een groep huizen en zeker geen stad. Gelukkig zaten we nog in de taxi en met de chauffeur een trip naar het noorden afgesproken waarna hij ons weer terugbrengt. Prijzig maar een andere mogelijkheid is er niet. De snelweg van Barbuda is nog steeds een zandpad. Het eiland is dor en droog. Cactussen staan overal en ezels lopen er vrij rond.
Van onze chauffeur begrepen dat het eiland voor de eigen bevolking is. Je kan slechts een stuk land kopen als je een historische binding hebt. In alle andere gevallen is lease het maximaal haalbare. Na een mooie tijd op Barbuda op zondag naar de ankerplaats bij Jolly Harbour gevaren.  Lekker tochtje gehad met E4/5 en een koers van 200 graden.

We hadden nog één toeristische activiteit op Antigua te doen: zwemmen met roggen. Al vroeg in de ochtend zijn we onderweg met dinghy, bus en taxi. Bij 'Stingray City' in het noordwesten van Antigua is het druk; ik schat minimaal 100 personen. De stevige toegangsprijs schrikt dus niet zo veel mensen af. Na inschepen in diverse boten gaan we naar de locatie. 
De roggen met een doorsnede van 0,5 - 1 meter zwemmen tussen de menigte door. Je voelt iets glibberige langs je benen glijden. 
Toeristische hoogtepunten waren het voeren van kleine octopussen en op de foto met een rog op je armen. Natuurlijk hebben we net zo hard meegedaan met toerist spelen. Roggen eten door het eten via de mond aan de onderkant van hun lijf op te zuigen. Soms vergissen ze zich. Er was dan ook een toerist met een enorm mooie zuigplek op zijn zijde. Zijn vrouw was niet de schuldige.
Omdat mijn onderwatercamera weer 'kaartfout' op het scherm gaf heb ik geen foto's vanuit het water kunnen maken. Dan maar de foto voor 15 US$ (!) gekocht waarop we beiden de rog vasthouden.
30 maart: Gette gaat weer naar huis. Het waren voor ons beiden twee grandioos schittende weken. Onvergetelijk. Gisteren hebben we uitvoerig gesproken over het 'hoe nu verder'. Mijn diepe pijn in onze beide harten moet ik melden dat we uiteindelijk besloten hebben om de relatie niet verder voort te zetten. De belangrijkste redenen hiervoor liggen niet in het huidige maar in de toekomst. Twee gebroken harten in de Carieb.
De vlag van St. Vincent & the Grenadines die afgelopen twee weken in mijn bakboordwant wapperde (zoals het hoort iets lager dan de Antigua gastenvlag in het stuurboordwant) is gestreken. Richard gaat als solozeiler zijn geplande tocht afmaken. Het is erg stil aan boord...


Het plan was om op 31 maart naar Montserrat te varen. Er is echter een flinke noordelijke swell van 2,6 meter gaan lopen dat ankeren aldaar niet mogelijk maakt. De vooruitzichten zijn dat de swell snel weer in de noordoosthoek gaat staan. Dan maar nog een dagje Antigua en zondag weg.

dinsdag 6 maart 2012

Guadeloupe

Nog gedacht om op de eilanden van de Saintes te blijven maar ik merkte dat alle andere veilige ankerplekken ook gereguleerd zijn. Daarom besloten om direct te vertrekken en me te verwennen met minimaal een douche in jachthaven Bas du Fort in Pointe a Pitre. Wederom een lekker tochtje van een uurtje of 6 met volop zon. Mijn huid moet toch weer even wennen aan al die zon; een rode gloed was het resultaat (echter geen zonnebrand gebruikt). Na de douche mijn baard van een week er ook maar afgehaald en 's avonds lekker gegeten bij de chinees/vietnamees/japanner. De havenplaats Pointe a Pitre is dé haven van Guadeloupe. De stad zelf is wederom een strijd tussen mooie, oude, traditionele huizen en de plompe, betonnen,  Frans continentale bouw. 
In het centrum hoofdzakelijk boetiekjes. Op de zondag was de stad volledig uitgestorven; alles verborgen achter dichte rolluiken. Afgaand op muziek trof ik echter op een plein een groep mensen aan die in prachtige klederdracht aan het volksdansen waren. Ze deden het niet voor toeristen; ze hadden er zelf veel schik in.


Tijd om verder te gaan. Mijn positie in de jachthaven is wel zo'n beetje de vervelendste die ik als single-handed zeiler met een langkieler kan wensen. Lagerwal met de achterlijn vastgeknoopt (!) aan een mooring en een manoeuvreerruimte tussen vissersschepen en de mooring van minder dan mijn bootlengte. Normaal ga ik nooit op zulke plekken liggen. De afgelopen dagen vele creatieve oplossingen verzonnen en zie daar: op de dag zelf staat er in de haven geen wind. Ja, dan wordt het erg gemakkelijk. Buiten de haven staat er windkracht 4 en met halve wind ga ik richting het zuiden. Langzamerhand neemt de windkracht toe tot 5-6 Bft en zet ik een eerste rif. Bij de zuidpunt van Guadaloupe neemt de wind nog verder toe en uiteindelijk dender ik met 26 knopen wind op de kont langs de vuurtoren van Pointe du View Fort. Ik heb geen trek om in dit woelig water m'n tweede rif te zetten; ik doe het wel na het passeren van het puntje. Een foto nemen lukt nog wel.
Dat tweede rif blijkt niet overbodig te zijn. Aan de lijzijde van Guadeloupe is door hoog vulkanisch gebergte de wind erg wisselvallig: Van 0 naar 30 knopen in seconden en de wind komt ook nog overal vandaan. 
Uiteindelijk voor anker gegaan in de baai van Malendure tegenover Pigeon Island. Dit is me een windgat! De wind giert er met 25-35 knopen. Gelukkig is de ankergrond zand met wat gras maar voor de zekerheid heb ik 6 maal de waterdiepte aan ketting gestoken. Even nog een andere indicatie hoe hard het waait. Ik had mijn dinghy opgeblazen en de buitenboordmotor er al aangehangen zodat ik in de ochtend gemakkelijk naar de kant kan gaan. Die avond loopt ik nog even een rondje over het dek en zie mijn dinghy op z'n kop achter Sya drijven. De dinghy is door de wind gaan vliegen! Met veel moeite de dinghy weer kunnen omdraaien en toen alles weer aan boord genomen. De buitenboordmotor heeft uren in het zeewater gelegen en schrijf ik maar volledig af. In elke haven had ik al naar een vervanging voor dit zeer slechtlopend, oud beestje gekeken maar nu is het zeker. Er komt een andere.

De enige reden om naar deze plek te gaan zijn de vele duikmogelijkheid in het Cousteau Underwater park. Door de gras op de bodem zijn er vele grazende schildpadden rondom mijn boot.
Maar eerst de buitenboordmotor. Met de bus naar Pointe de Pitre gereden en daar in de jachthaven van een paar dagen geleden naar 'Fred Marine' gestapt. Ik koop een nieuwe 2,5pk buitenboordmotor (ik had al ervaren dat een tweedehands nagenoeg niet verkrijgbaar is) en een monteur brengt mij en mijn BB-motor terug naar Playa du Malendure. Binnen 1 dag geregeld. Overigens krijg ik dezelfde dag het bericht dat Gette toch naar Antigua kan komen!
Maar eigenlijk was ik hier om te duiken. Het valt me weer op dat de meeste bewoners geen enkel woord Engels spreken. Bij de eerste duikshop lukte het me niet om met mijn gebrekkig Frans mijn behoefte voldoende duidelijk te maken. Bereidwilligheid om me te begrijpen was er ook zeker niet bij dame achter de balie en ze verwees me gewoon door naar de duikshop naast hun. De zaken moeten hier wel erg goed gaan! Mijn eerste duik van 10:00 uur gaat naar Pigeon Island. Mooi koraalrif. Zeer relaxed duiken. Door alle verdiensten van Jacques Cousteau voor de onderwatersport en in het bijzonder voor dit gebied hebben ze een standbeeld van hem afgezonken.

Mijn tweede duik in de middag ging naar het wrak Franjack op 23 meter diepte. Dit is even wennen. Ten eerste ga je niet zoals bij koraalrotsen geleidelijk steeds dieper maar je laat je nu gewoon verticaal zakken. En dan het wrak zelf ingaan. Een angst(je) is dan je met je fles ergens achter blijft haken. Maar aangezien je buddy op een paar meter afstand zwemt kan er weinig ernstigs gebeuren. Door de opwinding was mijn luchtverbruik deze laatste duik aanzienlijk hoger zodat ik zelf aan moest geven dat ik nog maar 50bar aan lucht over had. Er is dan nog voldoende om op een gecontroleerde manier op te stijgen en zelfs de veiligheidsstop van 3 minuten op 5 meter te maken. Wrakduiken is opwindender dan duiken bij een koraalrif.



Vanaf Malendure met een zeer klein tochtje aangekomen te Deshaies. Dit gehuchtje zelf is niet zo veel bijzonders. Het biedt in ieder geval de mogelijkheid voor om de laatste franse inkopen bij de Spar te doen en uit te klaren. Het is dan ook druk met boten in de baai. Van hieruit is het naar Antigua een tocht van een dikke 40 NM.

zondag 4 maart 2012

Les Saintes

's Ochtends vroeg Dominica verlaten. Het doel zijn de franse eilanden Les Saintes ten zuiden van Guadeloupe. Er stond lichte wind aan deze lijzijde van het eiland maar belangrijker: het was droog en er was zon!! Binnen in de boot waslijnen opgehangen om al het natte goed te drogen.
Hoe verder naar het noorden hoe meer wind er kwam en uiteindelijk eindigde ik met een mooie 5 Bft halve wind. Het werd echt genieten toen ik buiten in de kuip een beetje kon slapen met mijn gezicht in de zon en een boot die met ruim 6 knopen over het water glijdt. Bijna vakantie!.. Omdat ik bij de Les Saintes iets oostelijker zat heb ik de oostelijke ingang gekozen. Het was wel knobbelig tussen de rotseilanden maar lekker. 
Uiteindelijk mijn anker voor bij het strand erin gegooid. Fout! Het blijkt dat sinds kort het niet meer mogelijk is om in de baai van Terre de Haut te ankeren. Alleen aan een mooring liggen kan nog en dat kost natuurlijk geld. Dus onder het mom van veiligheid is een extra inkomstenbron gegenereerd. Aangezien er ook geen moorings vrij waren heb ik daarom mijn boot verlegd naar het achterste deel van de baai waar geen moorings lagen en de diepte al 10 meter was. Fout! Ook al zijn er geen moorings je mag er toch niet ankeren. Ik heb gemeld dat ik aan het begin van de avond niet meer ankerop ga en dus blijf liggen. Gelukkig deden andere foutliggers dat ook. Kort even Terre de Haut bekeken. Het is drie keer niks. Eén groot toeristenplaats met alleen maar blanken die via ferry's vanaf Guadeloupe worden aangevoerd. Het is een aaneenschakeling van toeristenwinkeltjes en restaurantjes. Niets Caribisch is er meer. Het kan net zo goed Tenerife zijn. Het plan is om morgen snel inkopen te doen en dan wegwezen. Ik ga wel rustig bij een ander eiland van de Saintes voor anker liggen.